Tweedeling op A1-winkellocaties neemt toe

Geschreven door:

|

20/03/2015 -

Tweedeling op A1-winkellocaties neemt toe

Ketenveranderingen verdrijven de traditionele retailers uit de A1-winkelstraten. Topstraten profiteren, de rest heeft het moeilijk

Door Gabriëlle Klaver

Toen in 1975 een Duitse retailer een plotseling een grote order annuleerde, opende Amancio Ortega een winkel om de kleren dan maar zelf te verkopen. Hij noemde die winkel Zara. Het was de start van een verandering in retail die nu tot opschudding leidt in de Nederlandse A1-winkelstraten.

Retailers die de productie en het logistieke proces in eigen hand houden, hebben hogere marges dan winkels die hun inkoop bij de groothandel doen. Bedrijven als Inditex, Arcadia Group, Forever21 en H&M ontwerpen, produceren en distribueren zoveel mogelijk zelf. Het elimineren van de tussenschakels leidt tot het verhogen van de marges én tot fast fashion.

H&M en Zara wisselen hun collecties om de zes weken en als een collectie niet goed loopt, wordt die wisseling twee weken vervroegd. Dat kan, omdat de winkels een paar maal per week terugkoppelen hoe de verkopen gaan, waarop de productie snel wordt aangepast. Bevoorrading vindt veel vaker plaats, bij Forever21 en Primark dagelijks, waardoor opslag niet nodig is. Iedere vierkante meter van de winkel is verkoopoppervlakte.

Retailers die niet meegaan in deze trend, zien hun omzetten afnemen. Zo heeft V&D de inkoop voor het hele jaar al gedaan en hebben de vestigingen veel opslagruimte. De golf aan faillissementen van Mexx tot Schoenenreus heeft niet alleen met de gedaalde consumentenbestedingen te maken, maar ook met het onvermogen zich aan te passen aan de concurrentie.

Het beste voorbeeld van de wisseling van de wacht is de aanhuur van Maison de Bonneterie aan de Kalverstraat door H&M. Maison de Bonneterie verkocht merken van anderen, H&M zal op de 5000 m² een compleet modewarenhuis neerzetten met eigen merken (6 in totaal) voor dames, heren en kinderen én de H&M Home collection.

Nederland kampt met overbewinkeling als gevolg van gedaalde en veranderde consumentenbestedingen, maar ook door vergrijzing en krimp. E-commerce zal een nog grotere rol gaan spelen, maar hoe dat precies zal uitkristalliseren is niet duidelijk. Retailers én consumenten zijn nu bezig de wereld van omni-channel te ontdekken. Uit onderzoek van GfK blijkt dat webrooming – eerst online uitzoeken en dan in de fysieke winkel kopen, is toegenomen.

Wel is duidelijk dat geen van de nieuwe toetreders net zoveel vestigingen wil als de Hema (531, 370.000 m²) of Blokker (596). Vanwege de noodzaak een sterk merk neer te zetten, moet een retailer op de Kalverstraat zitten. Hier komen de meeste nationale en internationale passanten langs en hier zijn dus de hoogste huurprijzen. Maar ondanks het krimpende winkelbestand en verlaging van huurprijzen blijven steden als Almelo en Dordrecht een functie houden. Primark, op zoek naar maximaal 25 vestigingen in Nederland, kiest bewust ook voor Dordrecht. Hier ziet de Ierse kledingdiscounter – die geen webshop heeft – voldoende omzetpotentieel.

 

Met vastgoedadviseurs door de straten

Hoezeer zijn de Nederlandse straten veranderd en wat zal de toekomst brengen? In het maartnummer van PropertyNL Magazine geven de vier grootste vastgoedadviseurs in retail hun visie, te weten CBRE, KroesePaternotte, Cushman & Wakefield en makelaarsorganisatie Dynamis, waarbij regionale kantoren zijn aangesloten. Dat doen de adviseurs aan de hand van twee topstraten (Kalverstraat en centrum Maastricht) en twee steden met krimpende winkelbestanden (Dordrecht en Almelo). De data zijn afkomstig uit de Calcasa Property Analyzer. 

 

Share

Deel dit artikel

Gerelateerd Nieuws

Tour de Provada
Den Haag lanceert Actieprogramma Winkelstad 2015-2018
Retailsector wil kennis mobiliseren tegen leegstand

Over de auteur