Tias en PropertyNL starten workshops innovatie vastgoed

Geschreven door:

|

19/03/2015 -

Tias en PropertyNL starten workshops innovatie vastgoed
De media associëren vastgoed en bouw met inertie en starheid. Terecht, maar ook zorgwekkend, betogen Tias en PropertyNL in een tweegesprek.
Tias, School for Business & Society en geassocieerd met Tilburg University en Eindhoven University of Technolgy, heeft stimulering van innovatie hoog in het vaandel staan. Dit jaar wordt de samenwerking onder meer uitgebreid met het Californische bolwerk van vernieuwing Berkeley University.

Tias doet in het vastgoed van zich spreken met het VastgoedLab, geleid door prof. Dirk Brounen, en de Executive Master of Real Estate van dr. Ingrid Janssen. Associate Dean Menno Maas vormt de verbindende schakel met de praktijk. Hij zette woningfonds Amvest op, was daarna directeur van ING Real Estate Development en zat in de board van DTZ in Londen. Nu wil Maas het wereldwijde universitaire netwerk met het vastgoed verbinden. Hij koos daarbij voor een kritische counterpart uit de praktijk, de hoofdredacteur van PropertyNL, Wabe van Enk.

Van Enk: ‘De Londense burgemeester Boris Johnson zei vorig jaar op de Mipim in Cannes: ‘Het lijkt hier wel 2007.’ Hij bedoelde: het vastgoed werkt nog op dezelfde manier als voor de crisis. Dit jaar was Nederland terug op de kaart op de Mipim. Maar ook nu lijkt het verdacht veel op de tijd van toen met de ‘wall of money’. Hoezo verandering?’

Maas: ‘Innovatie zie je overal om ons heen. Vastgoed is echter wars van wat we noemen radical en disruptive innovation, maar er is wel veel incremental innovation. Het kenmerk van die verandering is dat mensen dat niet zo goed opmerken. Het is een geleidelijke en stapsgewijze verandering. Het klopt wel dat een crisis in het geval van vastgoed niet de ideale voedingsbodem is voor verandering. Veel bedrijven waren al blij als ze overleefden. Budget voor innovatie had even geen prioriteit. Dat is geen goede houding, want dan reageer je niet op de actuele massieve verandering bij de eindgebruiker.’

Van Enk: ‘Welke radicale veranderingen hebben invloed op het vastgoed?’

Maas: ‘In de ICT zie je voortdurend radicale veranderingen: iTunes veranderde de muziekindustrie, iPhone zette Blackberry buitenspel, iPad de notebook en ga zo maar door. Al die veranderingen hebben ook e¬ ect op het vastgoed, maar het is een geleidelijk proces met nieuwe technologie, nieuwe gebruikerswensen en nieuwe contractvormen.’

Van Enk: ‘Vorige maand stond in PropertyNL Magazine een gesprek met ontwikkelaar Coen van Oostrom. Hij loopt voorop met innovatieve kantoorconcepten en kreeg daarvoor bijvoorbeeld een nominatie voor de Mipim-award voor The Edge. Het is het meest duurzame kantoorgebouw, heeft multi-tenant-oplossingen, maar in wezen is het ook weer heel traditioneel: een langlopend huurcontract van Deloitte en AKD met een Duitse eindbelegger.’

Maas: ‘De geleidelijke verandering zit in de veranderde ruimtebehoefte door bijvoorbeeld digitale opslag in de crowd. Het metrage van de werkplek van een financiële instelling of een advocaat neemt met meer dan 30% af. Tegelijk stijgen de eisen voor communicatie en flexibiliteit door het werken op meerdere werkplekken. Voorzieningen voor openbaar vervoer, zoals trein en luchthaven, worden belangrijker. Het zijn maar enkele voorbeelden. Tel je alles bij elkaar op, dan is er eigenlijk sprake van een revolutie van locatie en gebouw. Maar daar blijft het niet bij: er zijn ook veranderingen op het gebied van financiering en data, die echter niet altijd tegelijk plaatsvinden.’

Van Enk: ‘We zien op het gebied van financiering van commercieel vastgoed de positie van de bestaande banken afkalven. Dat kwam door de nationalisatie van SNS, waardoor Propertize nu afbouwt. Ook Rabobank lijft FGH Bank niet in om nog eens gas te geven in het vastgoed. Tegelijk roeren ING Real Estate en ABN Amro zich wat meer en de Duitse banken waren op de Mipim zelfs sterker aanwezig dan ooit. Het zijn plussen en minnen. De toegenomen kapitaalseisen veroorzaken krapte op delen van de financieringsmarkt, maar er zijn ook partijen die daarop inspelen met nieuwe producten. Wat vind jij van crowdfunding?’

Maas: ‘In Nederland is dat nog erg beperkt en vooral bij ‘aaibare’ sociaal-maatschappelijke projecten. In de VS is crowdfunding de experimenteerfase al lang voorbij. De digitale revolutie maakt het mogelijk om kapitaal aan te trekken zonder tussenkomst van de bank. Zo kun je via de site Fundrise al mee-investeren in diverse vastgoedontwikkelingssprojecten. Veel mensen in het vastgoed zien die radicale verandering misschien in het bankieren nog niet, maar wel op het gebied van datacollectie en analyse.’

Van Enk: ‘PropertyNL heeft veel geïnvesteerd in data van commercieel vastgoed. Met de Calcasa Property Analyzer genereren we een gebouwregister van Nederland met 1 miljoen niet- woningen, waarvan 100.000 objecten voor de vrije markt zijn voorzien van deels unieke aanbod- en transactiegegevens. De markt ziet grote toepassingsmogelijkheden van de analyzer, maar ik zie geen radicale verandering. Anders dan gelukszoekers zoals O cerank beweren, betekent het openbreken van de datamarkt geen revolutie. Het spideren van gebrekkige openbare informatie levert alleen maar meer ruis. Alleen door forse investeringen in research en techniek, is de informatie van CPA bruikbaar en dan nog: door statistische beperkingen is de informatie alleen een hulpmiddel en geen vervanging voor de taxatie. Dat geldt ook voor de zoekinstrumenten die PropertyNL ontwikkelt. Dat zijn hulpmiddelen voor de makelaar om de transactie te versnellen.’

Maas: ‘Het is interessant dat je dat zegt op basis van je Nederlandse ervaringen, maar ik zie in de VS een radicalere verandering. Daar zijn veel systemen gericht op de eindgebruiker met bijvoorbeeld ‘crowd source lease comparables’ en ‘tenant-ranking’. Voorbeelden zijn Zillow, dat vorig jaar voor miljarden Trullia kocht, en Compstak, dat in felle strijd is verwikkeld met CoStar over de data. We kennen uit de reisbranche Bookings en Tripadvisor. Dat proces gaat ook in het vastgoed komen en beïnvloedt het selectie- en aankoopproces. Je ziet in de VS dat de slimme vastgoedadviseurs daarop inspelen, door zelf deze tools te gebrui- ken. Alleen de verliezers proberen het zelf na te maken of de informatie bij zich te houden.’

Van Enk: ‘Ik ben het met je eens dat er in Nederland veel onkunde is op het gebied van data, laat staan de toepassing van big data. Uit onderzoek van The Economist bleek dat de makelaardij de op één na meest bedreigde beroepsgroep is door opkomst van internettoepassingen. Maar daarbij bedoelen ze volgens mij wel de ‘property-agent’: de makelaar om de hoek. Het vak van vastgoedadviseur, die aan tafel zit bij de grote corporates, lijkt daar niet op. Het is net zoals in de accountancy: als je Exact aanschaft, maar krijg je nog geen gevalideerde jaarrekening. Maar ik onderschrijf je stelling dat je wel moet bewegen en niet de illusie moet hebben als vastgoedorganisatie het zelf te kunnen. Ook de grote hotelketens hebben met Bookings.com te maken.’

Maas: ‘Ketenintegratie is ook een aanjager van vernieuwing. Toeleveranciers kunnen het risico van faalkosten naar beneden brengen. Misschien niet met 3D-printing, maar standaardisatie in modules kan veel betekenen.’

Van Enk: ‘Het is grappig dat je hiermee komt, want in golven komt die discussie terug. Al in de jaren tachtig werd er veel onderzoek gedaan naar de Japanse manier van bouwen met ketenintegratie. Maar terwijl Toyota het Europese straatbeeld ging bepalen, bleven de Japanse bouwgiganten in de marge opereren. Het lijkt er zelfs op dat de crisis een omgekeerd beeld laat zien. Grote bouwers concentreerden zich voor de crisis op de grote opdrachten die alleen zij konden maken, met complexe DBFMO- contracten, waarbij zij bij alle stadia van het gebouw betrokken waren. Nu zien we Nederlands grootste bouwer BAM strookjes van minder dan tien woningen realiseren met een hoge doorloopsnelheid.’

Maas: ‘Dat is wat ik bedoelde met de refl ex van de crisis. In het vastgoed speelt nog een belemmerende factor en dat is de sterke mate van overheidsregulering die innovatie tegenhoudt. In workshops kijken we vooral vooruit, maar misschien mag ik één voorbeeld uit de oude doos halen? Tien jaar terug was ik als vicevoorzitter van de IVBN bezig met de huurliberalisering en de positie van woningcorporaties. Het lijkt nu pas geregeld te zijn. Dergelijke regulering voorkomt een radicale verandering die zou passen bij de snel veranderde wereld.’

Van Enk: ‘We zien interessante innovatie van energieleveranciers die gaan samenwerken met vastgoedbeheerders. Zij kunnen de keuze voor locaties en gebouwen beïnvloeden. In het verlengde daarvan is er veel innovatie op het gebied van duurzaamheid. Wel lijkt ‘groen’ als marketinginstrument over zijn hoogtepunt heen. Elk nieuw kantoorgebouw is al Breeam Excellent. Hoeveel gebruikers willen ‘outstanding’ zoals ‘The Edge’?’

Maas: ‘Ik zie nog een groot aantal technologische processen. Domotica was vroeger een gimmick voor de elite, maar binnenkort kan iedereen alles op afstand via apps regelen. Gebouwen kunnen ook meer betekenen voor de gezondheid. Door gezondheidstechnologie kunnen gebouwen met klimaat en verlichting scoren. Wanneer de arbeidsmarkt aantrekt, zijn dat waardevolle veranderingen voor de gebruiker, maar ook voor de belegger.’

Van Enk: ‘Veel innovatie wordt gezien als ‘leuk’ en ‘interessant’, maar hoe voorkom je dat het daarbij blijft, men terugkeert naar de eigen organisatie en alles bij het oude laat?’

Maas: ‘Daarom hebben we gekozen voor een workshop met een beperkt aantal deelnemers. Het gaat niet alleen om het signaleren van het belang van technologische veranderingen, maar ook hoe de implementatie van het innovatieproces in de organisatie plaatsvindt. Je kijkt naar de processen van verandering qua bedrijfscultuur, het pareren van verlamming en verzet. Ook belangrijk is de juiste afweging te kunnen maken tussen mogelijke procesoptimalisaties of budget vrij te maken voor innovaties. Daarvoor zijn een aantal simulatie- technieken ontwikkeld die de cursisten toepassen. We werken in een commerciële omgeving waarbij veranderen een commercieel doel dient.’

Van Enk: ‘Wat zie je als toekomst van de workshops en de rol van Tias en PropertyNL?’

Maas: ‘De toegevoegde waarde van Tias is dat er veranderingsprocessen in het vastgoed vergeleken worden met andere disciplines en ervaringen. PropertyNL is de verbinding met de markt: wie zijn de nieuwe spelers en wat werkt wel en wat niet? Het wordt nog interessanter door het internationaal aan te vliegen; met PropertyEU (VastgoedLab en PropertyEU werkten al samen op de laatste Provada International Day) maar ook met universiteiten. Ik maak me sterk voor joint ventures met andere businessschools, zoals met de Shanghai Jiatong University, en een nieuwtje is de samenwerking met Berkeley. Daarmee ontwikkelen we nu een echt ‘house of innovation’.’

Masterclass Innovatie

Op 6 en 7 april is er voor een beperkt aantal beslissers in het vastgoed de Masterclass Innovatie in de Vastgoedsector met vier leerdoelen.

• Beheer en verbeter de innovatiecapaciteit van uw organisatie
• Overwin de uitdagingen bij innovatieprocessen in uw organisatie
• Zet uw medewerkers in als katalysator van innovatie
• Schep de juiste cultuur en structuur voor duurzame innovatie Thema’s zijn innovatie op het gebied van herontwikkeling, nieuwe financieringsvormen, big-data-analyse, social media marketing, partnering en ketenintegratie.

Wilt u informatie over deelnamemogelijkheden of op de hoogte blijven van komende workshops, dan kunt u contact opnemen met marketing director PropertyNL Sasja Albersen (albersen@ propertynl.com). Wilt u inhoudelijke informatie of reageren op het bovenstaande gesprek: enk@propertynl.com en m.maas@tias.edu.

Informatie masterclass Innoveren

Share

Deel dit artikel

Gerelateerd Nieuws

Herstel kantorenmarkt vooral in grootste steden
Aftrap voor gebiedsverkenning Westland
Tour de Provada

Over de auteur