Goudappel Coffeng: winkelgebieden moeten keuzes maken

Geschreven door:

|

13/03/2015 -

Goudappel Coffeng: winkelgebieden moeten keuzes maken

Amsterdam, ’s-Gravenhage, ’s-Hertogenbosch, Leeuwarden, Maastricht, Roermond en Utrecht zijn voorbeelden van sterke binnensteden. Het zijn vaak grote steden met een compact centrum, diversiteit aan aanbod en een aantrekkelijke openbare ruimte. Zwakkere broeders zijn onder meer Almelo, Capelle aan de IJssel, Den Helder, Drachten, Kerkrade, Stadskanaal, Terneuzen en Zwijndrecht. Zij behoren tot de meest kwetsbare steden die onder meer last hebben van hun demo(geo)grafische positie. Aan de andere kant zijn er ook in dichtbevolkte en zelfs groeiende regio’s kwetsbare centra te vinden. Zij worden dan vaak weggedrukt door de grote buurmannen. Voorbeelden daarvan zijn Nieuwegein, Valkenswaard en Zwijndrecht.

Dit blijkt uit een onderzoek dat adviesbureau Goudappel Coffeng heeft uitgebracht over de vitaliteit van de 100 grootste centrumgebieden in ons land. Opvallende uitkomst is de breedte van het middenveld. De verschillen tussen de centrumgebieden in deze categorie zijn klein en dat betekent een kans om stevig te stijgen (of te vallen) in het klassement met quickwins in de ruimtelijke kwaliteit, het voorzieningenaanbod of de bereikbaarheid.

Volgens het rapport  zijn  er voorbeelden te over die laten zien dat binnensteden en kernwinkelgebieden het moeilijk hebben. Bezoekersaantallen en bestedingen lopen terug. Leegstand neemt soms ronduit storende vormen aan. Vergrijzing, bevolkingskrimp en webwinkelen vergroten de opgave. De onderlinge verschillen tussen plaatsen zijn echter groot.

“Teruglopende vitaliteit ligt nooit aan één ding”, aldus Guido Scheerder, adviseur ruimtelijke economie bij Goudappel Coffeng. De onderzoekers werkten bij de 100 belangrijkste kernwinkelgebieden met 16 indicatoren en stelden een vitaliteitsprofiel op op basis van de dimensies: demografische ontwikkelingen, winkelaanbod, ruimtelijke kwaliteit en bereikbaarheid. Scheerder: “In de huidige discussie zie ik vaak een eenzijdige focus. Dan ligt het parkeerbeleid weer eens onder vuur, dan weer de ondernemers of de vastgoedeigenaren. Met deze benchmark willen we het bewustzijn versterken voor het multidisciplinaire karakter van de opgave. Het vitaliteitsprofiel geeft daarbij richting aan de opgave. Zo moet Almelo werken aan een compacter centrum met ruimtelijke kwaliteit en kampt Capelle aan de IJssel vooral met het ‘hoe onderscheid ik mij van de grote buurmannen’-vraagstuk.”

Volgens het rapport  zijn  er voorbeelden te over die laten zien dat binnensteden en kernwinkelgebieden het moeilijk hebben. Bezoekersaantallen en bestedingen lopen terug. Leegstand neemt soms ronduit storende vormen aan. Vergrijzing, bevolkingskrimp en webwinkelen vergroten de opgave. De onderlinge verschillen tussen plaatsen zijn echter groot.

De top van het klassement wordt gevormd door grote steden met een aantrekkelijk voorzieningenaanbod in een compact en aantrekkelijk centrum. Dit vertaalt zich onder meer in het lage aandeel leegstaande panden (kanslocaties). Van de meest kwetsbare steden liggen er enkele erg buitenaf (Stadskanaal, Kerkrade, Terneuzen). Echter, ook in de dichtbevolkte en zelfs groeiende regio’s zijn zwakke centra te vinden. Zij worden dan vaak weggedrukt door de grote buurmannen. Voorbeelden daarvan zijn Valkenswaard, Veghel, Nieuwegein of Zwijndrecht.

Om de situatie te tackelen noemt het rapport drie methoden.

Ten eerste is de aanval de beste verdediging. ‘Het is nu tijd om vooruit te verdedigen. Geen achterhoedegevechten en doekjes voor het bloeden, maar keuzes maken. Zet bijvoorbeeld in op een compacte binnenstad. Pak leegstand bij de wortel aan. Zorg voor lekker veel reuring in het centrum en voor open winkels als de mensen er zijn. Wees bereikbaar en vindbaar voor de doelgroep die je wilt aantrekken. Durf als overheid te kiezen voor economische vitaliteit als ook uw kernprobleem.’

In de tweede plaats moeten betrokken de feiten goed op een rij zetten en interpreteren. ‘Zet de feiten op een rij. Gebruik moderne ‘big data’-technieken om bestaande aannames te valideren en tot eyeopeners te komen. Start kleine experimenten en initiatieven op en faciliteer ze met voldoende aandacht voor het vaststellen van de effecten. Voor deze metingen lenen moderne monitoringstechnieken zich prima.’

Het derde advies van Goudappel Coffeng is om integraal te werken. ‘Erken dat economische vitaliteit een integraal vraagstuk is. Haal de emotie en de lobbycultuur uit de opgave. In het politieke spel lagere parkeertarieven beloven aan morrende winkeliers? Werk liever aan gemeenschappelijke ambities, begrip voor de wetmatigheden en een gezamenlijk interventieplan.

Share

Deel dit artikel

Gerelateerd Nieuws

Tour de Provada
Den Haag lanceert Actieprogramma Winkelstad 2015-2018
Tweedeling op A1-winkellocaties neemt toe

Over de auteur