Frits van Dongen: Naar een nieuwe bouwcultuur

Geschreven door:

|

13/04/2015 -

Frits van Dongen: Naar een nieuwe bouwcultuur

Door Frits van Dongen

Dit is de laatste column van mijn hand als Rijksbouwmeester. Ik ben weliswaar geen Rijksbouwmeester meer, maar het zal niet de laatste keer zijn dat ik de pen oppak. Deze pen was, meer dan het potlood, zoals mijn voorgangers Wytze Patijn ooit zei, de afgelopen jaren mijn belangrijkste wapen. Hoe waar dat is, leerde ik al doende. De Rijksbouwmeester ontwerpt zelf al een hele tijd niet meer en toen ik begon was ook de portefeuille aan nieuwe bouwprojecten van het Rijk afgenomen. Voor mij dus geen grote projecten ‘Grands Projets’, zoals Jo Coenen deze voor diverse ministers kon entameren. Wat blijft er dan nog over voor een Rijksbouwmeester? Genoeg, zo bleek. Ontwerp- en verbeeldingskracht die de verbinding zoekt met nieuwe maatschappelijke opgaven is even urgent als noodzakelijk. De financieel gefundeerde crisis van 2008, die zijn laatste stuiptrekkingen laat zien, heeft blootgelegd dat de traditionele verdienmodellen in de bouw hebben gefaald. Zij hebben zeker niet altijd de diversiteit en kwaliteit van leven gebracht die ons in de brochures werd voorgespiegeld.

Als Rijksbouwmeester heb je een bijzondere positie, je bent eerste adviseur van minister en de directeur-generaal van het Rijksvastgoedbedrijf op het brede terrein van architectonische kwaliteit van Rijksgebouwen, maar werd ook geacht te adviseren over onderwerpen die een grotere reikwijdte kennen. Zoals de woningmarkt, maar ook de Agenda Stad die sinds kort weer op de politieke agenda staat. Zaken waar je als Rijksbouwmeester vanuit het ambacht van de architectuur en stedenbouw een bijdrage aan mag leveren. Het pleidooi dat ik in het essay ‘De adaptieve stad vraagt om een Nieuwe Bouwcultuur’ houd voor verdichting van onze steden en inbreiding van de bouwketen sluit aan op deze opgave.

Ik heb tijdens mij in Rijksbouwmeesterschap veel aandacht gevraagd voor de groeiende leegstand in Nederland. Ik heb zelfs gesteld dat we zijn ‘uitgebouwd’. De bijzin die ik daarbij formuleerde maar die in de media helaas vaak werd weggeknipt luidde: ‘voor de speculatie’. Voor mij is dat een belangrijke nuancering. Gezien de leegstand in de kantorenmarkt, de woningmarkt, bedrijfsruimten en de agrarische sector is deze waarschuwing nog steeds actueel. Dat betekent niet dat nieuwbouw niet meer nodig is maar wel dat we zorgvuldiger moeten zijn met nieuwbouw. In de transformatie van het bestaande echter, ligt de werkelijke uitdaging en noodzaak. Veel kwalitatief waardevolle leegstaande gebouwen zullen weer een nieuw leven kunnen krijgen, maar dat geldt beslist niet voor alles. De bouwhausse aan het eind van de ‘Gouden Eeuw’ van de ruimtelijke ordening heeft namelijk ook veel troep opgeleverd. Sloop is voor een deel van deze voorraad eigenlijk onvermijdelijk. Dat is niet alleen maar slecht nieuws. In deze tragiek schuilt namelijk ook schoonheid en hoop. Sloop biedt namelijk ruimte voor ontwikkelingen en roept nieuwe, vrije gedachtes op bij toekomstige generaties. We moeten bijvoorbeeld gericht kijken naar de vaak inwisselbare snelweglocaties die weinig toevoegen aan de kwaliteit van de leefomgeving.

Een Nieuwe Bouwcultuur moet ertoe leiden dat we niet vast blijven houden aan gefixeerde eindbeelden, maar dat er ruimte komt voor minder starre regelgeving en snellere procedures waar ruimte is voor tijdelijkheid. Tijdelijke bestemmingen en activiteiten kunnen de ogen openen voor in onbruik geraakt vastgoed, juist ook van het Rijk. Zet de poorten open, laat de stad binnen en laat burgers zien hoe het ook anders kan. Rijksvastgoed is, anders dan leegstand in de markt, betaald en onderhouden met belastinggeld en dat brengt een belangrijke zorgplicht mee voor de Rijksoverheid.

Bij de transformatie en herbestemming van Rijksvastgoed kan het ontwerp een belangrijke verbindende rol vervullen. Het kan conflicterende belangen of tegenstrijdige regelgeving verbinden met maatschappelijke opgaven en brede beleidsdoelstellingen. Mijn collega’s van het College van Rijksadviseurs en ik definiëren ontwerpen dan ook als de techniek van het verbinden. Vastgoed, gebouwen, architectuur en ruimtelijke ontwikkeling zal van ‘businesscase’ naar ‘benefit case’ moeten verschuiven. Voor wie doen we wat we doen? Uiteindelijk voor toekomstige generaties. Zodat ik mijn kinderen met droge ogen uit kan leggen dat ik heb bijgedragen aan een betere en mooiere wereld. Ik ben ervan overtuigd dat zij dan het estafettestokje zullen overnemen om Nederland ook écht anders te laten worden.

Dit is de column die Frits van Dongen heeft geschreven voor de speciale krant die is gepubliceerd bij zijn afscheid als Rijksbouwmeester en Wikistedia publiceert met dank aan het Rijksvastgoedbedrijf.

Share

Deel dit artikel

Gerelateerd Nieuws

Herstel kantorenmarkt vooral in grootste steden
Aftrap voor gebiedsverkenning Westland
Tour de Provada

Over de auteur